De mythe van het Hollandse licht ontstond eigenlijk pas in de 19de eeuw. Vanaf ongeveer 1850 werd Nederland steeds intensiever bezocht door tal van buitenlandse schilders en schrijvers. Monet, Manet, Liebermann, Whistler, Boudin, Fromentin, Mirbeau, de gebroeders De Goncourt, talloze Amerikaanse, Duitse, Franse en Engelse schrijvers, schilders en fotografen kwamen naar Holland om de beroemde 17de-eeuwse schilderijen én het typische Hollandse landschap met eigen ogen te zien. Als je al die beschrijvingen leest lijkt het wel alsof het Hollandse landschap dankzij de 17de-eeuwse schilderkunst werd ontdekt. Alsof het landschap en het licht een uitvinding waren van de Hollandse schilderkunst. De Franse schrijver Octave Mirbeau schreef dat het 'echte Holland, het land van water en lucht', het 'parelgrijze land' ongeveer 10 kilometer boven Breda begon, daar waar de grote rivieren samenkomen. De Duitse schilder Max Liebermann: ‘De nevels die uit het water opstijgen en alles met een doorzichtige sluier omhullen geven het land dat bijzonder schilderachtige… alles lijkt in licht en lucht te baden’.
1/2 >>