Toen
Joseph Beuys eind jaren zeventig zei dat het beroemde Hollandse
licht volgens hem zijn specifieke helderheid had verloren,
erkende hij daarmee zowel het bestaan van zoiets unieks als
het Hollands licht, als het feit dat het er niet meer zou zijn.
Althans: dat het zijn specifieke helderheid zou hebben verloren.
Een dramatische constatering.
Volgens Beuys was het licht in Holland halverwege de jaren
vijftig veranderd door inpolderingen van het IJsselmeer. Daarmee
was volgens hem ook een einde gekomen aan een visuele cultuur
die terugging tot de 17de eeuw. Hij zag het IJsselmeer als
het oog van Holland, als een grote lichtreflecterende spiegel.
En met de inpolderingen zouden de Nederlanders, aldus Beuys,
zichzelf hebben verblind.
|