Maar hij werkt niet
langer realistisch, laat de horizon los en komt in zijn grote
en kleine doeken tot een Willem de Kooning-achtige ruimtelijkheid,
waarin kleur, vorm en tegenvorm essentiële elementen zijn.
Over het Hollandse licht zegt hij dat het er volgens hem nog
steeds is. Als hij uit het buitenland weer terugkomt, landt op
Schiphol en dan de trein naar Rotterdam neemt, dan ziet hij het.
Ziet hij dat het anders is dan bijvoorbeeld het Italiaanse licht,
dat harder is, droger, waardoor je eerder naar de contouren van
de dingen kijkt. |
 |